Heemkundige Kring

Ten Mandere Izegem

Ten Mandere - digitaal

startpagina
bestuur
nieuws
activiteiten
lidgeld
tijdschrift
geschiedenis
archief
bibliotheek
te koop
Izegemse bibliografie
Izegemse soldaten uit W.O. I

links
nieuwsbrieven

 

ten mandere blogt

Verkoop van de Kachtemse pastorie

  De oude pastorie zoals ze er in 1955 uitzag

In 1888 besliste de Kachtemse kerkfabriek om de pastorij openbaar te verkopen. We vinden een afbeelding van dit gebouw uit 1725 terug in een Kachtems landboek, ‘Metijnck bouck vanden Laetschepe van Cachthem’.
Op 7 juni van dat jaar trokken de bestuursleden Jan Van Doorne, koophandelaar; Augustin Van Becelaere, pastoor; Vital De Visschere, burgemeester; Alphonse Rommel, negociant; Jan Ostyn, bakker; Charles Verstraete, landmeter en Edward Boucquet, bijzondere, zonder bedrijf  rond 18 uur naar het Kachtemse gemeentehuis, waar de Izegemse notaris Henri Vandewiele hen opwachtte.
De pastorie met medegane erve had een oppervlakte van 61 are 70 ca en viel onder het kadaster sectie A nr. 481, 482, 483 en 484.
Het lastenkohier, opgemaakt door het kerkbestuur op 22 november 1885 vermeldde verder dat er ook een tuin, meers en land was. De weduwe en kinderen van Franciscus Muylle, landbouwers, waren de eigenaars ten oosten van de pastorie, net zoals de weduwe en kinderen van Franciscus Dehullu, eveneens landbouwers maar die woonden in Westrozebeke. Ook nog een stukje in het oosten, maar vooral in het zuiden lag de Mandelbeke. De eigenaars ten westen waren Karel de Brouckere-Ritter, notaris en Gustave de Brouckere-Kant, nijveraar, beiden uit Roeselare en juffrouw Cecilia Vander Haeghe, bijzondere uit Kachtem. Ook ten noorden van de pastorie had deze laatste eigendom.
De kerkfabriek hield zich voor om de 18 mooiste bomen uit te kiezen.
De nieuwe eigenaar moest de resterende bomen en hagen kopen voor een bedrag van 300 fr.

Het Kachtemse gemeentebestuur had de verkoop goedgekeurd op 4 december 1885. De Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen sloot zich daar bij aan op 19 januari 1886.

De instel klokte af op 4700 fr. Ignaes Verhelst, koopman en herbergier uit Kachtem was de voorlopige koper.

Op 21 juni 1888 trokken de verkopers en heel wat belangstellenden opnieuw naar het Kachtemse gemeentehuis. Er kwam geen hoger bod en Ignaes Verhelst mocht zich voortaan eigenaar noemen van de pastorie.

In augustus 1909 was deze woning opnieuw te koop, maar dan uit ter hand. Het geheel werd omschreven in de Gazette van Izeghem van 14 augustus 1909: Een groot woonhuis met koeistal en verdere geriefelijkheden en 61 arren erve en hovenierland (688 roeden) zijnde de Oude pastorij te Cachtem gedienstig voor Koopmans in Vee.