Heemkundige Kring

Ten Mandere Izegem

Ten Mandere - digitaal

startpagina
bestuur
nieuws
activiteiten
lidgeld
tijdschrift
geschiedenis
archief
bibliotheek
te koop
Izegemse bibliografie
Izegemse soldaten uit W.O. I

links
nieuwsbrieven

 

ten mandere blogt

Carnaval in 1541


Carnaval is weer in het land. Vlaanderen kent van ouds een rijke traditie, voor Pieter Breugel was het zelfs een geliefkoosd onderwerp. In ons land neemt de stad Aalst ieder jaar weer het voortouw, karikaturen worden er gemaakt van ons huidig maatschappelijk leven. Ook bij ons zijn er nog enkele gemeenten die deze traditie levendig proberen te houden. Een werkgroep is dan het jaar door creatief aan het werk om een nieuwe voorganger of Prins Carnaval te kiezen. Recent zagen wij op één nog hoe het mis kan gaan in 'Den elfde van den elfde', een dramareeks van hoe intriges een familie kunnen verdelen in het kiezen van Prins Carnaval. Carnaval is een volksfeest dat zijn oorsprong vond in de Vastenavondvieringen. Eigenlijk zijn het tradities die geworteld en vertakt waren in de Germaanse heidense volkscultuur. De winter liep op zijn eind, de mens keek uit naar de lente, naar het opnieuw vruchtbaar maken van de grond. Het mooiste voorbeeld zien wij bij de carnavalsgroep de Gilles uit Binche. Pas als groep komen ze naar buiten, in een soort dansbeweging bezweren ze de boze geesten. Het ritme, het lawaai geeft de cadans aan waarbij ze met hun klompen op de grond gaan stampen. De aarde wordt wakker gemaakt en voorbereid op de lente, het vruchtbaar maken gesymboliseerd door het wegwerpen van konfijt, in hun geval gewoontetrouw sinaasappels. Maar het kan ook snoep zijn zoals in Aalst tijdens hun grote praalstoet. Trouwens wie ooit pas getrouwde stellen wat confetti  heeft toegeworpen, wenste niets liever dat ze een vruchtbaar leven tegemoet gaan. In Izegem werden al eens pogingen ondernomen om het carnavalsgebeuren te laten opleven. Een recente vondst in het oud stadsarchief van Izegem bewijst zelfs dat deze Vastenavondvieringen er wellicht ooit regelmatig zijn geweest. Willem de Coghe, was in 1541 de griffier van de Izegemse Dis, zoals ieder jaar schreef hij plichtsgetrouw de inkomsten en uitgaven neer in de hiervoor bestemde boeken. Maar dat jaar moet zijn gemoedsstemming er wel heel rooskleurig hebben uitgezien. Blijkbaar had hij er een goed gevoel aan over gehouden, zijn gedachten nog bij een leuke gebeurtenis die hij had meegemaakt. Op een ludieke manier voegde hij aan zijn handschrift nog een half maantje toe.  Een maantje met de zotskap aan, een overduidelijk symbool. Misschien was hij wel op Vastenavond 1541 de Prins Carnaval en vertrouwde hij dat toe aan de wereld in deze rekening. Bertrand Nolf